Historie

Het Collegium Musicum Amsterdam is in 1935 opgericht door Toon Vranken, toen 24 jaar oud en de eerste dirigent. Oorspronkelijk was het woord ‘Amstelodamense’ onderdeel van de naam, maar deze intellectuele benaming is later vervangen door het herkenbare ‘Amsterdam’.

De naam van het koor verwijst naar een door Sweelinck in zijn tijd opgericht ‘Collegium Musicum’, een vocaal ensemble van bevriende, meest gefortuneerde Amsterdamse kooplieden. Van begin af aan hebben werken van Sweelinck maar zelden ontbroken in de programmering.

Het CMA bleef aanvankelijk een huiselijke aangelegenheid, met behalve muziek ook lezingen en gedichtenmiddagen. In de oorlogsjaren lagen de activiteiten zo goed als stil. Na de oorlog werd een concert gegeven naar aanleiding van de bevrijding, en vanaf dat moment is de naam gevestigd. Oude muziek, de polyfonie domineerde het repertoire.

Behalve meewerken aan concerten waren er ook radio-opnames met het CMA. De KRO contracteerde het CMA voor 12 concerten per jaar, waarbij het koor op één lijn gezet werd met het Nederlands Kamerkoor en het NCRV-Vocaal Ensemble. Het eerste optreden in het Concertgebouw was rond 1950 met Eduard van Beinum. Daarna trad het CMA op met tal van andere dirigenten, onder wie Maderno, Abado, Haitink, Boule en Bernstein. Een plaat met de ‘Trois Nocturnes’ van Debussy kreeg verschillende onderscheidingen. Concertreizen naar ons omringende landen, ook Engeland, stonden op het programma. In 1976 zag Toon Franken zich door een achteruitgang in de gezondheid gedwongen het dirigentschap neer te leggen.

Kees de Wijs was de opvolger. Samen met zijn echtgenote, als bestuurlijke kracht en organisator, breidde hij het repertoire uit naar met name grotere werken uit de barok en de klassieke en romantische periode. in 1985 werd het 50-jarig jubileum gevierd, met werken van Sweelinck, Monteverdi, Strategier, de Ruiter en Strawinski. Het koor kreeg gaandeweg meer moeite om vergrijzing tegen te gaan en stond daarbij langzamerhand minder in de belangstelling dan de omroepkoren, het Nederlands Kamerkoor en het relatief jonge geprofessionaliseerde Cappella Amsterdam.

Sinds 1996 is Anthony Zielhorst de dirigent van het CMA, en hij is dat tot op heden. Zijn aantreden bracht een herbezinning met zich mee op de grondslagen van het oorspronkelijke CMA, hetgeen leidde tot een uitgesproken en vruchtbare specialisatie in de vocale muziek van de 15e en 16e eeuw, zoals het CMA dat ook in de beginjaren van zijn bestaan deed Het gaat daarbij om componisten van wie veel werken niet zo heel erg vaak op concertpodia te horen zijn, en die de nodige eisen stellen aan vocale en ensemble-technische bagage van de uitvoerders. Zo vinden we in de programma’s regelmatig de polyfone werken terug van onder anderen Palestrina, de Wert, Marenzio, Josquin en Gesualdo. In 2010 werd het 75-jarig jubileum gevierd. Inmiddels was de omvang van de bezetting teruggebracht tot wat past bij de gekozen muziek. In 2013 werden motetten Giaches de Wert op CD opgenomen, een opname die lovend besproken is. “[H]et is een puur genot om naar de verzadigde en bij vlagen uiterst chromatische rijkdom van deze toonkunst te luisteren, mede en vooral ook vanwege de enorme glans en homogeniteit waarmee Zielhorst en zijn koor dit alles voor het voetlicht brengen.” (Maarten Brandt, Opusklassiek.nl, 2014). In 2021 werd een CD geproduceerd, in samenwerking met organist Pieter Dirksen, met composities van Sweelinck. Deze werken vormen oom het programma voor komend seizoen. In tussengelegen jaren maakte het CMA videoregistraties van de Missa Papae Marcelli, Lamentaties en enkele Hoogliedmotetten van Palestrina, onlangs gepubliceerd op ons YouTube-kanaal.